Medische Urgentie en Psychosociale nazorg

Medov

    

"  De juiste beslissing nemen in de eerste minuten na een ongeval kan veel levens redden. Opleiding en samenwerking van de verschillende actoren zijn twee belangrijke pijklers in het voortdurend streven naar kwaliteitsverbetering.       

                    

We hebben het geluk dat we in Vlaanderen bij de Europese koplopers zijn voor wat betreft medische voorzieningen en tewerkstelling in deze sector. De medische bijstand is goed geregeld, ook in dringende gevallen. Helaas worden we af en toe geconfronteerd met rampen waar medische hulp op grote schaal moet geboden worden. Er zijn meerdere actoren die op dat moment moeten ingeschakeld worden en een belangrijke rol spelen.

In Oost-Vlaanderen zijn er 33 ambulancediensten. Daarnaast zijn er 10 Medische Urgentie Groepen (MUG). Deze zijn verbonden aan de spoedgevallendiensten van de ziekenhuizen. Bij een medisch probleem op de openbare weg wordt de ambulance opgeroepen, eventueel samen met de MUG. Wanneer er zich een grootschalig probleem voordoet (bv bij een zware kettingbotsing) wordt een Medisch Interventie Plan (MIP) afgekondigd. Dit houdt o.m. in dat er onmiddellijk een Vooruitgeschoven Medische Post (VMP) wordt opgericht. Hun taak is de gekwetsen naargelang van de ernst van hun kwetsuren in categoriëen onderbrengen, het behandelen en toedienen van de eerste zorgen, het mogelijks stabiliseren en in laatste instantie het reguleren, dwz, het overbrengen naar de voor hen meest geschikte ziekenhuizen. Vooral bij brandwonden is dit erg belangrijk. De laatste etappe in deze ketting is de opname in het ziekenhuis.

Opleiding via MEDOV

Medov verzamelt en bespreekt de medische problematiek in Oost-Vlaanderen en draagt bij tot de verbetering van de medische hulpverlening, in het bijzonder bij rampen, o.a. door het organiseren van opleidingen. Medov stimuleert ook het tot stand komen van de functie adjunct-directeur medische hulpverlening (adjunct dir-med) bij rampen en begeleidt de infrastructurele omkadering van deze functie. Bij rampenoefeningen helpt Medov mee aan de organisatie van het medisch luik.

Medisch Oost-Vlaanderen vzw (Medov) is tevens het opleidings- en vervolmakingscentrum voor hulpverleners en ambulanciers in de provincie Oost-Vlaanderen. Ieder jaar worden er basiscursussen georganiseerd in de regio Sint-Niklaas en de regio Gent. Dit jaar zijn er in totaal 59 nieuw opgeleide hulpverleners-ambulanciers gestart. Iedere ambulancier moet per jaar 24 uur permanente vorming (bijscholing) volgen. Hiervan organiseert de school zelf 16 uur (8 uur praktijk + 8 uur theorie) die verplicht te volgen zijn door iedere ambulancier. De overige 8 uur worden regionaal georganiseerd. Om de 5 jaar, na datum van de uitreiking van de 100-badge, dient elke ambulancier een evaluatieproef af te leggen, ter verlenging van de badge en dient hij/zij binnen de 5 jaar, 120 uur bijscholing gevolgd te hebben, zijnde 24 uur per jaar.

Psychosociale nazorg

Personen die getroffen worden door een ramp (bv. bij een busongeval, een ontploffing, overstromingen, enz.) kunnen behoefte hebben aan psychosociale ondersteuning. De 'getroffenen' worden ruim omschreven: de gewonde slachtoffers, de niet-gewonde slachtoffers, familie, hulpverleners, getuigen,enz. Om ervoor te zorgen dat de psychosociale hulpverlening bij rampen gestructureerd verloopt, werd in opdracht van de FOD Volksgezondheid een psychosociaal interventieplan (PSIP) ontwikkeld.

  • PSIP

De bedoeling van het PSIP is het plannen en in werking stellen van psychosociale acties tijdens en na een ramp. In de algemene noodplanning is de psychosociale zorg een onderdeel van de medische discipline. Het PSIP wordt provinciaal gecoördineerd door een psychosociaal manager. De bestuurlijke overheden, de gouverneur en de burgemeester, spelen een belangrijke rol in de uitvoering van de psychosociale acties. Zij zijn de algemene coördinator van de rampenbestrijding en ze hebben de functie van morele autoriteit naar de bevolking toe. De acties binnen het PSIP kunnen enkel uitgevoerd worden met het mandaat van de bestuurlijke overheid. 

  • Onmiddellijke acties

In een eerste fase na de ramp is het belangrijk een aantal acties te ondernemen: het transport van de niet-gewonden, de niet-gewonden opvangen in een onthaalcentrum, een telefooninformatiecentrum openen waar familie en vrienden naartoe kunnen bellen en zorgen dat er ook opvang is voor de verwanten. De FOD Volksgezondheid ontwierp hiervoor een draaiboek dat de eerste acties in de psychosociale hulpverlening beschrijft, als ondersteunend instrument voor de gemeenten en steden.

  • Nazorg

Om de nazorg te bepalen, kan een psychosociaal coördinatiecomité worden opgericht. Dit comité wordt voorgezeten door de gouverneur of de burgemeester, afhankelijk van de afgekondigde fase. De psychosociaal manager brengt dan de psychosociale actoren uit de onmiddellijke fase en de nazorgfase samen om de acties in de nazorg te bespreken. Voorbeelden hiervan zijn: een informatiebijeenkomst waarin uitleg gegeven wordt door de hulpdiensten en de experten en waarin de getroffenen vragen kunnen stellen. Het geeft hen ook de gelegenheid om samen te zijn: een herdenking op de plaats van de ramp bijvoorbeeld 10 jaar na de kettingbotsing op de E17.

Omdat de fase na de bestrijding van de ramp ook belangrijk is, werd door de provinciebesturen Oost-, West-Vlaanderen en Zeeland een 'Leidraad nafase' opgesteld. In deze leidraad werden 16 thema's besproken die van belang zijn in de nafase, bv. coördinatie en organisatie, herstel en wederopbouw, herdenkingen, strafrechterlijk onderzoek, enz.

Nieuwe spoedafdeling AZ Nikolaas

26 februari 2010

Contact Sitemap