Opleiding burgemeesters rond noodplanning
Op woensdag 28 februari 2007 werd door de federale directie Civiele Veiligheid een opleidingssessie 'Noodplanning' georganiseerd voor de burgemeesters en de gemeente- en stadssecretarissen van de provincie Oost-Vlaanderen. Ook de vertegenwoordigers, voorzitters en leden van lokale en bovenlokale besturen die samenwerken op het vlak van veiligheid (brandweer, provinciale veiligheidscel, Nationaal Crisiscentrum...) waren hierbij aanwezig. De opkomst was een succes: 44 burgemeesters en 47 stads- of gemeentesecretarissen van de 65 Oost-Vlaamse steden of gemeenten namen deel aan deze info-avond.
De doelstelling was hen bewust te maken van de taken en opdrachten van de gemeenten inzake noodplanning. Dit werd gekaderd in de nieuwe wetgeving (koninklijk besluit van 16 februari 2006) die vorig jaar rond noodplanning verschenen is.
Verschillende specialisten van binnen en buiten het bestuur belichtten volgende aspecten:
- de algemene nood- en interventieplanning
- de toepassing ervan op gemeentelijk niveau
- een toelichting bij elke discipline: wat doen ze en hoe kunnen ze de burgemeester ondersteunen bij een crisis?
- het pilootproject van de geïntegreerde meldkamer: toelichting bij en aandacht voor het integreren van de nummers 100 en 101 in één algemeen noodnummer 112. Dit is een primeur voor Oost-Vlaanderen. De ministers van Binnenlandse Zaken Dewael en van Volksgezondheid Demotte hebben dit proefproject toegewezen aan de provincie Oost-Vlaanderen (Gent) om de samenwerking uit te testen.
- de verantwoordelijkheid van de burgemeester inzake noodplanning.
Op het einde van zijn toespraak wees de gouverneur de burgemeesters en secretarissen op één van hun belangrijkste kerntaken:
"Iedere ramp komt onverwacht en onvoorzien.
Iedere ramp laat zware dramatische sporen na.
Iedere ramp raakt de vezels van ons beschavingsmodel.
Het is zeer dikwijls een moment van grote menselijke solidariteit, maar ook van minder fraaie kanten zoals het wansmakelijke ramptoerisme, plundering, corruptie.
Zich daar niet tegen wapenen, daar geen aandacht aan besteden is méér dan slordigheid.
Het is méér dan onzorgvuldig omspringen met een kerntaak eigen aan het ambt.
Het is gokken, spelen met diepe maatschappelijke en beschavingswaarden.
Elke openbare bestuurder heeft de plicht daar aandacht aan te besteden."