Fijn stof
In de zitting van de provincieraad van 18 mei 2011 antwoordde de gouverneur als volgt op de vraag om bij de Vlaamse regering aan te dringen meer meetpunten voor fijn stof in Oost-Vlaanderen te voorzien:
Besef groeit
Het is goed dat de problematiek van "fijn stof" in de actualiteit blijft en goed wordt opgevolgd. Ik besef ten volle welke concrete gevolgen een slechte luchtkwaliteit heeft voor de volksgezondheid. Dat besef is op diverse bestuurlijke niveaus al langer aanwezig en er werden reeds veel inspanningen geleverd.
Inspanningen met resultaat
Ondanks de zuurstofarme maanden april en mei die de vooruitgang enigzins afremden, leverden die inspanningen ook effectief resultaten op: tot 2007 vertoonden 50% van de meetpunten een overschrijding van de fijnstofnormen. Tot dit jaar was dit gedaald tot slechts 30%. De daling kwam vooral tot stand dankzij de inspanningen die opgelegd werden aan de bedrijven in de hotspotzones.
Inspanningen door alle bestuurlijke niveaus
Deze tijdelijke verbetering mag echter niet verdoezelen dat er nog werk aan de winkel is. Iedereen moet daarvoor een tandje bijsteken. Er moeten op verschillende bestuurlijke niveaus inspanningen geleverd worden en er moet vooral worden samengewerkt.
Aantal meetstations verhogen en oordeelkundig inzetten
Om de concentratie van PM10 heeft de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) in Vlaanderen 37 meetstations geïnstalleerd. De aankoopprijs van 1 toestel bedraagt 15.000 euro + kosten voor behuizing, onderhoud en datacommunicatie. VMM
wil dit netwerk uitbreiden maar niet in alle gemeenten zullen, omwille van de drukke verkeerswegen, meetstoestellen kunnen geplaatst worden.
Als gouverneur wil ik vanuit mijn coördinatieopdracht mijn steentje bijdragen door alle betrokken instanties samen te roepen. Zo zal ik op zeer korte termijn alle betrokken actoren rond de tafel brengen om een duidelijk beeld te krijgen van de problematiek, de noden en de mogelijke hinderpalen. Naast de VMM, die instaat voor het plaatsen van de toestellen en het departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) van de Vlaamse overheid, dat instaat voor de opmaak van de actieplannen, vind ik dat het provinciebestuur met zijn bekwame milieu-administratie en zijn sterk gemotiveerde gedeputeerde, ideaal geplaatst is om ook advies te geven bij het installeren van de meettoestellen op de meest zinvolle plaatsen.
André Denys
gouverneur
(bron kaart: VMM-IRCEL)