Vlaamse Feestdag
Gouverneur pleit voor een versterkt investeren in het Algemeen Nederlands en ervaart het gebruik van het Engels als internationale voertaal niet als een bedreiging voor de eigen taal.
Onze identiteit is een optelsom van verschillende verrijkende lagen.
Op 11 juli zingen we de Vlaamse Leeuw. Op 21 juli zal ik de Brabançonne meeneuriën. Tijdens de Gentse feesten wordt Klokke Roeland ons lijflied en Europa sluit elke manifestatie af met de 'Ode aan de vreugde' uit de Negende symfonie van Ludwig Van Beethoven. Oost-Vlaanderen heeft geen provinciaal volkslied, maar ik zie mijn Limburgse collega Steve Stevaert ontroerd worden als in zijn provincie 'Limburg allein' wordt gezongen.
Ons groot aantal volksliederen typeert onze natuur. Wij zijn niet te vatten in één hokje. Ons identiteitsproces is opgebouwd uit meerdere lagen en is niet te herleiden tot de drie-eenheid van land, taal en volk. Een identiteit is geen statisch gegeven maar een open begrip. De migratiegolven, de Europese constructie en de staatshervorming hebben allemaal een invloed op de evolutie van onze identiteit.
Iedere laag heeft zijn betekenis. Vele Vlamingen beschouwen ze als complementair en verrijkend. Wij houden van het dorp of de stad waar we ons thuis voelen en onze kinderen en kleinkinderen hun eerste vriendjes leren kennen. Het is daar waar we kunnen sporten, een boek ontlenen, een marktbezoek kunnen brengen. Maar om te werken moeten wij meestal ons dorp verlaten en komen we terecht in een ruimere omgeving die zeer dikwijls geografisch binnen de provinciegrenzen ligt. Die provinciale omgeving is de brug naar Vlaanderen, naar het federale België, en uiteindelijk naar Europa.
Z elfbewust 'Vlaming zijn'
Ik hecht een bijzondere waarde aan het Vlaamse aandeel in mijn persoonlijk identiteitsproces. Eerlijk toegegeven, dat vertrekt bij mij niet vanuit een vorm van Vlaamse romantiek of nostalgie. De Guldensporenslag van 1302 is te lang geleden om er de wortels van mijn Vlaamse identiteit te zoeken. Bovendien is er te veel historische onzekerheid over wie het meeste Frans sprak op de Groeninghekouter.
Het zelfbewuste in mijn 'Vlaming zijn' vindt zijn oorsprong in de liefde voor onze taal en in de rijkdom van ons cultureel patrimonium. Maar evenzeer word ik geïnspireerd door de resultaten van de eigen Vlaamse bestuursaanpak sedert 1980, het jaar dat Vlaanderen een eigen regering en een eigen parlement kreeg.
De opeenvolgende Vlaamse regeringen hebben die autonomie succesvol ingevuld:
- Vlaanderen kent een grote openheid en verdraagzaamheid,
- Vlaanderen heeft een uniek netwerk van welzijns- en verzorgingsinstellingen,
- Vlaanderen realiseerde een moedige hervorming van ons hoger onderwijs,
- Vlaanderen ontwikkelde een eigen milieubeleid en heeft gezorgd voor een betere ruimtelijke ordening,
- Vlaanderen heeft de stap gezet naar de kenniseconomie,
- Vlaanderen heeft de integratie van migranten helpen bevorderen door het invoeren van een inburgeringsbeleid.
Dit is slechts een greep uit de vele bestuurlijke hervormingen, waarvan de realisatie binnen een Belgisch bestuursmodel veel moeizamer zou verlopen zijn.
De vragen naar verdere stappen in de staatshervorming die de bestuursautonomie van Vlaanderen kunnen vergroten en efficiënter maken zijn logisch en verdienen dan ook elke ondersteuning.
België blijft nodig voor samenwerking tussen regio's en opstap naar Europa
Een grotere Vlaamse bestuursautonomie betekent evenwel niet dat er geen plaats meer zou zijn voor België. Het federale niveau zal meer dan ooit een rol moeten spelen in de samenwerking tussen de regio's en de gemeenschappen en dit om te verhinderen dat een grotere autonomie zou leiden tot een op zichzelf terugplooien.
Als brug naar Europa en de rest van de wereld is België absoluut een meerwaarde. Europa zal nooit een Europa van de regio's worden. Daar is de houding van Spanje het beste bewijs van. Spanje schonk grote autonomie aan zijn regio's, maar gaat evenwel steeds als eerste op de rem staan als het gaat over het geven van meer Europese bevoegdheden aan diezelfde regio's. De grote landen in Europa houden teveel vast aan hun souvereiniteit om ooit te geloven dat zij willen uitmonden in het labyrint van een onoverzichtelijk Europa van de regio's.
Globalisering en internationalisering zullen onze identiteit veranderen.
Veel meer dan het bestuursmatige, ben ik overtuigd dat de omgevingsfactoren de evolutie van onze identiteit zullen beïnvloeden. Een identiteit is een product van omgevingsfactoren. Denk maar aan de typische kenmerken die we onszelf als Vlamingen toedichten:een groot vermogen om ons aan te passen en om vreemde talen te leren. We kunnen ons goed uit de slag trekken en kijken met een kritische blik naar de politiek. Deze kenmerken zijn o.m. het gevolg van de eeuwenlange overheersing door verschillende naties: de Spanjaarden, de Oostenrijkers, de Fransen, de Nederlanders en de Duitsers. Een sterk aanpassingsvermogen was dus generaties lang een must.
Globalisatie en internationalisering zijn de belangrijkste voornaamste nieuwe omgevingsfactoren waarmee we thans geconfronteerd worden. Vlaanderen wil terecht deze uitdaging op een open manier aangaan. Eén van de voornaamste troeven is de unieke ligging. Dankzij onze havenpoorten, onze verbindingswegen en onze waterwegen zien we nu reeds hoe de steeds groeiende productie vanuit Azië onze distributiecentra kiest om de grote consumentenmarkten in Europa te bereiken.
Een goed voorbeeld daarvan is het bedrijf Nike in Laakdal. Via het Albertkanaal bedient dit bedrijf sportwinkels in 63 landen verspreid over de hele wereld. De goederen worden geproduceerd in Azië, per container in grote getale afgeleverd in Laakdal waar ze opnieuw ingepakt worden en verstuurd naar één van de 63 landen. Door de Amerikaanse invloed bij Nike Laakdal heerst er een andere sfeer dan in een doorsnee Vlaams bedrijf. De ongeveer drieduizend, vooral jonge werknemers, werken hard maar er wordt ook veel aandacht geschonken aan ontstressen en sporten. Zij stralen een 'American way of enjoy life' uit. ' Just do it ' als lifestyle. De vaktermen zijn in het Engels.
Het typeert hoe de internationalisering onze Vlaamse identiteit kan beïnvloeden.
Internationalisering leidt tot meer Engels als internationale communicatietaal
Is een dergelijke evolutie voor onze taal en onze cultuur bedreigend? Deze vraag ligt gevoelig: er wordt veel over gediscussieerd. Het is immers minder dan 40 jaar geleden dat de vernederlandsing van ons hoger onderwijs definitief een feit werd. De Vlaamse strijd die daar sterk mee verweven was ligt nog vers in het geheugen, maar het uitstellen van een juist antwoord kunnen we niet langer. Of we het nu al of niet bedreigend vinden, het Engels is de referentie voor internationale communicatie.
Het is een onomkeerbaar proces, een beetje vergelijkbaar met het gebruik van het Latijn dat in vroegere tijden de taal was van de katholieke Kerk en het gebruik van het Frans in de diplomatieke wereld. Wie internationaal wil gaan moet zich willen aanpassen, niet alleen in de economische sector maar ook in onze kenniscentra, zoals het universitair en het niet-universitair hoger onderwijs en de onderzoekscentra. Als onze universiteiten en onze business- en managementscholen hun plaats willen behouden in de internationale rankings dan zal het gebruik van het Engels moeten toenemen in die wetenschapsdomeinen waar het Engels de voertaal is.
Engels als communicatietaal vormt geen bedreiging voor goed aangeleerd Nederlands.
De gevoeligheid voor het debat vindt zijn oorsprong in de vroegere strijd voor de vernederlandsing van ons hoger onderwijs. Maar de huidige evolutie heeft niets te maken met de strijd van toen. De vernederlandsing van onze universiteiten had evenveel te maken met sociale ontvoogding.
Ik voel de internationalisering niet aan als een bedreiging van onze sociale verworvenheden.
Maar het is voor mij ook niet taalbedreigend. Het zogenaamde Euro-Engels als referentietaal voor internationale communicatie zal nooit het Spaans, het Pools, het Frans, het Duits of het Nederlands vervangen.Daar maak ik mij geen zorgen over.
De oppervlakkigheid van internationale communicatie kan nooit optornen tegen de diepere kennis en het bredere gebruik van een taal binnen een taalgemeenschap.
Daarom juist blijft de grondige kennis van onze eigen taal erg belangrijk. Die vindt men terug door het goed aanleren en het goed gebruiken van het algemeen Nederlands in het onderwijs, van basisschool tot universiteit, van algemeen onderwijsopleiding tot beroep- en technische onderwijsvormen. Maar ook het stimuleren van onze literatuur, verzorgd taalgebruik in de pers en de media en taalinburgering van de migrantenbevolking zijn uiterst belangrijk.
Niet het Engels als internationale communicatietaal baart mij zorgen, wel het afzwakken van het gebruik van het Algemeen Nederlands in onderwijs en televisieprogramma's, het onvoldoende versterken van het Nederlands in het eerste deel van de universitaire opleiding en de afnemende samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland inzake literaire projecten.
Daarom pleit ik zeer sterk voor nieuwe impulsen vanwege onze Taalunie, het bestuurlijk samenwerkingsverband rond taal en cultuur tussen Vlaanderen en Nederland.
Open Vlaanderen, ruime blik op de wereld
Het standpunt dat ik hier vandaag breng is natuurlijk persoonlijk. Het heeft maar één bedoeling namelijk het noodzakelijk debat over Vlaanderen en de internationalisering te verbreden en niet aan ons te laten voorbijgaan.
Ik ben ervan overtuigd dat Vlaanderen zichzelf, de Vlaamse taal en cultuur niet moet verloochenen om in de wereld een internationale rol te kunnen spelen. Ik herhaal het, de geschiedenis heeft ons geleerd dat wij Vlamingen ons steeds goed hebben weten aan te passen. Deze eigenschap zit in onze genen.
Vandaag vraag ik om ons opnieuw aan te passen, vrijwillig, ongedwongen, met een open geest en een ruime blik op Europa en de rest van de wereld. Een open Vlaanderen is een mooi Vlaanderen met een zeer grote toekomst.