18 lessen uit de watersnood van 13 - 17 november
We hebben de gewoonte om na onze grote rampen snel een grondige evaluatie te maken. De belangrijkste lessen uit die evaluaties worden nadien in de praktijk opgevolgd. Na de brand in Melle hebben veel rusthuizen hun oude televisietoestellen vervangen door zogenaamde flatscreens zonder de klassieke beeldbuis (muurtelevisies). Het drama van het kinderopvangcentrum in Dendermonde had als gevolg dat het parket op een structurele wijze wordt ingeschakeld in ons crisisbeleid. Dit zijn slechts twee voorbeelden. Vanuit die positieve ervaring drong ik aan om voor het einde van 2010 de nodige lessen te trekken uit de watersnood van november, die alleen reeds in de provincie Oost-Vlaanderen 4.000 gezinnen trof in 54 gemeenten.
Onze werkgroep, bestaande uit een gemengde samenstelling van specialisten van crisis- en waterbeleid, kwam tot 18 lessen of aanbevelingen.
De aanbevelingen in het hoofdstuk 'crisisbeleid' wezen op de noodzaak om in de provinciale crisiscel, naast de hulpdiensten, ook de waterbeheerders te verenigen. Dat was aardig gelukt met het agentschap Waterwegen en Zeekanaal (bevaarbare waterlopen) en de Provinciale Dienst Water (1.600 km onbevaarbare waterlopen). Vooral de kennis op het terrein van onze provinciespecialist Luc Dewinne was van onschatbare waarde tijdens dit rampenweekend. De Vlaamse Milieumaatschappij (belangrijk netwerk onbevaarbare waterlopen) ontbrak echter. VMM repliceert met het verwijzen naar een communicatiefout en garandeert hun aanwezigheid in de toekomst.
Ook de samenwerking met de locale crisiscellen is belangrijk. Veiligheidsdirecteur Luc Bauwens noemt het de 'spinnenwebstructuur'. De inzet van meer dan 3.000 hulpverleners en duizenden vrijwilligers bewijst het welslagen van hun werk. Maar het kan altijd beter. Het samenwerken met vrijwilligers moet gesteund, maar ook gestructureerd worden. Hetzelfde kan gezegd worden van de landbouwsector, waar de loonwerkers en landbouwers zelf over veel materiaal, zoals pompen en tractoren, beschikken. Waarom niet lokaal een rampenoefening organiseren waar jeugd- en landbouworganisaties en burgers bij betrokken worden? Het zal de zelfredzaamheid en de interactie tussen hulpdiensten en vrijwilligers sterk bevorderen.
Tenslotte leverde het rapport ook enkele sterke aanbevelingen op naar het integraal waterbeleid. Vooral het ganse Dendergebeuren was tijdens deze dagen van watersnood een groot zorgenkind. Zelfs nadat de regen had opgehouden, bleef deze wassende rivier een gevaar voor steden als Geraardsbergen, Ninove en Aalst. In de dagen erop hoorde ik allerlei voorstellen. De Dender moest worden uitgebaggerd en er was nood aan grotere stuwsluizen. Deze voorstellen zijn allemaal gericht om het water sneller stroomafwaarts te laten afvloeien. Men vergeet de beperkingen hiervan omdat de Dender in Dendermonde in de Zeeschelde vloeit , die sterk onderhevig is aan eb en vloed. Deze tijwerking veroorzaakt natuurlijke beperkingen bij het afvloeien van het water. Daarom is het bufferen en het geven van meer ruimte aan het water even belangrijk als het afvoeren. Er moeten nieuwe bufferzones komen aan de Vlaamse kant van de Dender, maar ook aan de Waalse zijde.
Dat zal natuurlijk alleen maar kunnen als er grensoverschrijdend tussen de gewesten onderling gesproken wordt om gemeenschappelijk maatregelen te nemen.
Waterlopen kennen geen grenzen. Iedereen weet dat, alleen vergeet men dat dit gevolgen heeft en moet leiden tot afspraken tussen Vlaanderen en Wallonië over infrastructuurwerken en het regelen van het watersysteem.
André Denys
Gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen