Tien aanbevelingen om erosie in de Vlaamse Ardennen te voorkomen
Brongericht
1. Brongerichte erosiebestrijding moet beschouwd worden als een onderdeel van een goede landbouwpraktijk.
2. De gemeenten moeten het inzaaien van groenbedekkers in erosiegevoelige gebieden stimuleren.
3. Niet-kerende bodembewerking en directe inzaai moeten worden gestimuleerd o.m. via bewustmaking en VLIF-ondersteuning. In het kader van de erosiebestrijding moet financiële steun bij aankoop van machines worden uitgebreid naar loonwerkers.
4. Het stimuleren van meer graslandareaal op erosiegevoelige percelen.
5. Het creëren van een kader om beheersovereenkomsten met landbouwers mogelijk te maken in uitbreidingszones van natuur- en bosreservaten.
Bufferende maatregelen
6. Het beter afstemmen en coördineren van de acties tussen het Vlaams Gewest, de provincies en de gemeenten.
7. De gemeenten moeten meer inspelen op de mogelijkheden van het Vlaams Erosiebesluit.
- Alle erosiegevoelige gemeenten engageren zich om tegen eind 2011 te beschikken over een goedgekeurd erosiebestrijdingsplan
- De gemeenten moeten bij de prioritering van de knelpunten meer rekening houden met de instroom van sediment in waterlopen en rioolstrengen
- De gemeenten versnellen de uitvoering van de onontbeerlijke infrastructuurwerken voor buffering en afdamming
- De bestaande verdeling van de kosten in de verhouding 75/25 (Vlaams gewest/gemeente) wordt als correct beschouwd maar de procedure voor subsidieaanvraag zou ingekort en vereenvoudigd moeten worden
- De provincies worden gevraagd een grotere ondersteuning en begeleiding te verlenen bij de opmaak van de ontwerpen voor gemeentelijke dossiers erosiebestrijdingswerken
- Het Vlaams gewest wordt gevraagd om te voorzien in de wettelijke instrumenten om noodzakelijke infrastructuurwerken afdwingbaar te maken ten aanzien van gebruikers en eigenaars.
8. De wettelijke instrumenten voor het afbakenen van de bufferzones langs waterlopen, inclusief handhaving, moeten worden verfijnd en er moet worden voorzien in een regeling en afspraken met de eigenaars en gebruikers voor het onderhoud ervan.
9. Gemeenten moeten erosieknelpunten in natuur- en recreatiegebieden inventariseren en een plan van aanpak voorleggen.
Baggeren, ruimen en saneren
10. Gecontroleerde sedimentvangplan in de onbevaarbare waterlopen moet verhinderen dat de sedimentmassa meer stroomafwaarts wordt afgezet, hierdoor sterker vervuild raakt en de bevaarbare waterlopen doet toeslibben.
- het ontwerp sedimentvangplan moet getoetst worden aan de principes van integraal waterbeleid en aan de kostenefficiëntie;
- de coördinatie van de bagger- en ruimingswerken moeten geoptimaliseerd worden door meer afstemming tussen de verschillende watebeheerders.