De troeven van de Oost-Vlaamse economie
"
Als geen andere regio in West-Europa beschikt Oost-Vlaanderen over troefkaarten die de economische ontwikkeling versterken. Oost-Vlaanderen is een kennisregio met een gediversifieerd bedrijfsleven, dynamische steden en een gunstig arbeidsklimaat.
Bovendien beschikt de provincie over twee maritieme poorten en twee van de belangrijkste Europese autowegen kruisen elkaar in Gent.
Maar ondanks dit potentieel mogen het provinciebestuur, het bedrijfsleven, de onderwijs- en kennisinstellingen en andere economische actoren niet op hun lauweren rusten. De krachten moeten gebundeld worden en een langetermijn strategie is nodig om de economische troeven nog beter uit te spelen, om nieuwe opportuniteiten te benutten, zwaktes om te zetten in sterktes en bedreigingen weg te werken. "
TROEF 1: Industriële ruggengraat & dynamische KMO's
1. Diversificatie
De provincie Oost-Vlaanderen heeft een evenwichtige en gediversifieerde economische structuur, met veel KMO's en tal van grote ondernemingen. Oost-Vlaanderen telt 98.000 bedrijven. Enkel de provincie Antwerpen telt meer ondernemingen, 111.000 om precies te zijn. De provincies West-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en Limburg tellen respectievelijk 93.000, 67.000 en 52.000 bedrijven.
Zoals in de meeste Westerse regio's verschuift het zwaartepunt van de economische activiteit steeds meer naar de dienstensector. Maar vergelijkingsgewijs behoudt de provincie een stevige industriële basis. Drie grote sectoren nemen elk ongeveer één derde van de Oost-Vlaamse arbeidsplaatsen voor hun rekening: industrie en bouw, handel en commerciële diensten, en de niet-commerciële diensten: gezondheidszorg, onderwijs, overheid en maatschappelijke dienstverlening. Geen enkele Vlaamse provincie telt zoveel onderwijs- en verzorgingsinstellingen als Oost-Vlaanderen.
Inzake land- en tuinbouw behoort Oost-Vlaanderen tot de wereldtop. De horti- en aquacultuur zijn bekend tot in Azië. Mede door het beperkte landbouwareaal heeft men zich immers weten te onderscheiden door hoge productiviteit, nieuwe technieken en hoge kwaliteit. Behalve sierteelt omvat de land-en tuinbouw in Oost-Vlaanderen vooral kapitaalintensieve rundveehouderij, varkenshouderij, akkerbouw en groenten- en fruitteelt.
2. Industrie als standaard
De provincie Oost-Vlaanderen heeft een stevige industriële traditie, die heel lang gedomineerd werd door textiel. In de 19de eeuw behoorde de provincie dankzij de textielindustrie tot de vroegst geïndustrialiseerde regio's in Europa. Die voorsprong bleek in de 20ste eeuw evenwel remmend te werken, maar thans is de sector er in geslaagd zich te herpositioneren door de productie van hightech materialen met wereldfaam. Vanaf de jaren '60 maakte de mono-industrie plaats voor diversificatie, onder andere dankzij de uitbouw van de Gentse zeehaven en kanaalzone. Verder zorgt de bouwsector voor veel Oost-Vlaamse banen.
3. Zwaktes wegwerken
Ondanks de sterke industriële ruggengraat en het grote aantal KMO's heeft Oost-Vlaanderen op economisch vlak enkele handicaps: een tewerkstellingsparadox, een slechte score inzake ondernemerschap en weinig ruimte om te ondernemen buiten de havengebieden.
- Wegwerken tewerkstellingsparadox
Hoewel Oost-Vlaanderen, in het bijzonder de stad Gent, een sterke arbeidspool is voor zowel hooggeschoolden als arbeiders, telt de provincie vrij veel werklozen. Nochtans zijn er voldoende vacatures. Ze geraken alleen niet ingevuld. Er is sprake van een tewerkstellingsparadox doordat de aanwezige werkloze bevolking niet over de juiste competenties beschikt om de veeleisende vacatures (knelpuntberoepen) in te vullen. In Oost-Vlaanderen is er onder meer een tekort aan metselaars, elektriciens, vrachtwagenchauffeurs, enz. Om deze problematiek weg te werken is er nood a an een economisch beleid dat focust op bijscholing van laaggeschoolden en trainingen op de werkvloer. Dit vereist een nauwe samenwerking tussen de onderwijswereld en het bedrijfsleven.
- Ondernemingszin stimuleren
Ondanks een gemiddelde economische groei heeft België een zeer lage graad van ondernemerschap. Ook in Oost-Vlaanderen voelen weinigen zich geroepen om de stap te zetten naar het ondernemerschap. Nochtans zijn er meer starters nodig om de economische toekomst van Oost-Vlaanderen verder uit te bouwen. Ondernemerschap genereert immers tewerkstelling. 'Meer ondernemen, meer werkgelegenheid' is een topprioriteit van de Vlaamse regering, maar het vergt een inspanning van meerdere actoren.
Om de ondernemingszin te stimuleren dient de overheid een beleid te voeren dat gericht is op o.a. het verminderen van de administratieve rompslomp, het verlagen van de fiscale druk, het genereren van vlotte toegang tot financieringsinstrumenten, tweedekanspolitiek na het faillissement, enz. Het onderwijs moet in alle richtingen meer aandacht besteden aan het aanleren van ondernemingsrelevante attitudes (o.a. leren opstellen van een businessplan, stages in het bedrijfsleven,...). De bedrijfswereld kan de ondernemingszin onder meer helpen aanwakkeren via peterschapsprojecten en incubatie- en starterscentra.
- Ruimte om te ondernemen
Industriegrond is in Oost-Vlaanderen een schaars goed. Er is nog ruimte om te ondernemen, maar de percelen geraken snel volgebouwd of zijn reeds verzadigd. Daarom moet doordacht worden omgegaan met de huidige reserves en de terreinen die zullen vrijkomen. Het provinciebestuur werkt aan de ruimtelijke taakstelling 'bedrijventerreinen'. De behoefte aan bijkomende bedrijventerreinen is het grootst in de kleinstedelijke en buitengebieden. Het probleem stelt zich minder in de grootstedelijke gebieden en in de havenzones. Zo is het Kluizendokken in de Gentse Kanaalzone goed voor 400 ha havengebonden gronden. In de Waaslandhaven wordt gewerkt aan een strategisch plan waarmee 2.000 ha voor maritieme en logistieke activiteiten zullen worden gecreëerd.
TROEF 2: Strategische ligging & goede infrastructuur
1. Spoor- en wegverkeer
Oost-Vlaanderen is een knooppunt van twee van de belangrijkste Europese autowegen. De verbinding Londen-Istanboel (E 40) wordt op ons grondgebied doorkruist door de verbinding Helsinki-Lissabon (E 17). Ook inzake treinverkeer is Gent een sterk onderschat knooppunt. Het Sint-Pietersstation is het belangrijkste passagiersstation van Vlaanderen, belangrijker dan Antwerpen-centraal. Op Belgisch niveau telt alleen Brussel-centraal meer reizigers (op- en uitstappen).
2. Maritiem verkeer
Naast het weg- en het spoorverkeer is ook het maritieme transport goed vertegenwoordigd in Oost-Vlaanderen. De provincie kan bereikt worden via twee havens. Eens de activiteiten op en rond het Deurganckdok op kruissnelheid draaien, zullen jaarlijks 5 miljoen containers verhandeld worden op de Linkerscheldeoever. Deze uitbreidingszone van de Antwerpse haven ligt op Oost-Vlaams grondgebied, meer bepaald in de Wase gemeente Beveren. In het Waasland spreekt men dan ook over de Waaslandhaven. De Gentse haven, het hart van de kanaalzone, is een kleine haven die door zijn sterke industriële ontwikkeling (o.a. staalindustrie Arcelor/Sidmar, autoassemblage VOLVO Cars en Trucks) een absolute topper is inzake tewerkstelling en toegevoegde waarde.
3. Zwaktes wegwerken
Op logisitiek vlak levert de strategische ligging en het dichte netwerk van verschillende vervoersmodi de provincie – economisch gezien – geen windeieren op. Toch is de logistieke sector in vergelijking met andere Vlaamse provincies ondervertegenwoordigd in Oost-Vlaanderen. Bovendien dreigt het verkeer vast te lopen en is de verdieping van het Kanaal Gent-Terneuzen nog steeds toekomstmuziek.
- Missing links mobiliteit
Een goede geografische ligging kan maar strategisch uitgespeeld worden als de toegankelijkheid op lange termijn gegarandeerd wordt. Om een verkeersinfarct in Oost-Vlaanderen - en in het bijzonder in de regio Gent - te vermijden, dienen een aantal missing links in het mobiliteitsnetwerk (weg-, spoor- & waterverkeer en openbaar vervoer) prioritair te worden weggewerkt.
Voor wat het wegverkeer betreft voorziet het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen een verkeersafwikkeling richting Gent. Al het verkeer dat van de Antwerpse haven en het Deurganckdok westwaarts trekt, krijgt via de expresweg in Zelzate aansluiting op de R4 en zo op het verkeerskruispunt van de E40 en E17 in Gent-Zwijnaarde. Bovendien krijgt deze as steeds meer zwaar vervoer te verwerken dat vanuit het Nederlandse Rotterdam richting Frankrijk trekt. De optimalisatie en de vervollediging van de R4 zijn noodzakelijke infrastructuurwerken om de verdere economische ontwikkeling en verkeersleefbaarheid van de Gentse regio veilig te stellen. Deze en andere missing links - waaronder de doortrekking van de N60 in Ronse en de N41 in Dendermonde richting Aalst - werden opgenomen in een Oost-Vlaams Masterplan 'Wegennet'. De kostprijs van dit masterplan is 350 miljoen EUR. Voor de realisatie en financiering is de provincie Oost-Vlaanderen in grote mate afhankelijk van de Vlaamse Administratie Wegen en Verkeer, afdeling Oost-Vlaanderen en haar voogdijminister, Kris Peeters (cf. Staten-Generaal Missing Links).
Mobiliteit is meer dan wegverkeer alleen. Mobiliteitsproblemen kunnen opgelost worden via een multimodale aanpak. Daarom dient naast het wegwerken van de missing links in het Oost-Vlaamse wegennet ook aandacht besteed worden aan de ontbrekende schakels in het spoorverkeer, het openbaar vervoersnet, de binnenvaart en het fietspadennetwerk. Zo is een goede busverbinding met de havengebieden en andere bedrijvenzones cruciaal om deze gebieden maximaal te benutten inzake tewerkstelling.
Maar ook het beter benutten van de waterwegen, de verdere uitbouw van het goederentransport per spoor, de verbetering van de infrastructuur voor en het aanbod van reizigerstreinen en de uitbreiding van het fietspadennetwerk zijn van essentieel belang om het fileleed op de weg en het sluipverkeer in dorps- en woonkernen weg te werken. Deze multimodale aanpak wordt momenteel vertaald in een 'Masterplan Mobiliteit Oost-Vlaanderen'. Voor de realisatie en financiering zal de provincie Oost-Vlaanderen in grote mate afhankelijk zijn van het Vlaams Gewest, de NMBS en de Lijn (cf. Staten-Generaal Mobiliteit).
- Nautische toegankelijkheid Gent-Terneuzen
Naast het beter benutten van de waterwegen, vraagt ook het dossier van de Nautische Toegankelijkheid Gent-Terneuzen aandacht en een visie op lange termijn. In de Gentse Kanaalzone werken meer dan 15.000 mensen. Direct en indirect is 15 % van de tewerkstelling in Oost-Vlaanderen afhankelijk van de bedrijven in deze zone. Deze bedrijven kunnen hun toekomst maar garanderen als het kanaal Gent-Terneuzen verdiept wordt en de sluis in Terneuzen wordt ontdubbeld. Alleen al vanuit veiligheidsoogpunt is een tweede zeesluis van primordiaal belang. Wat ogenschijnlijk een klein mankement is aan de zeesluis (momenteel is er slechts één), kan een enorm economisch verlies betekenen voor de maritieme bedrijven in de Gentse Kanaalzone. Neem bijvoorbeeld een bedrijf zoals Sidmar, dat afhankelijk is van de toelevering van grondstoffen voor staal (bv. cokes) via de waterweg (cf. Havenbeleid).
- Logistieke sector heeft nog groeipotentieel
Ruimte voor logistieke activiteiten is niet onbelangrijk voor de verdere economische ontwikkeling van de provincie Oost-Vlaanderen. De Vlerick Leuven-Gent Management School heeft de logistieke sector in Oost-Vlaanderen vorig jaar in kaart gebracht. Uit de studie blijkt dat, ondanks de uitstekende ligging en infrastructuur in onze provincie, de sector ondervertegenwoordigd is. De meerderheid van de logistieke bedrijven zijn in Antwerpen gevestigd, tegenover 20% in Oost-Vlaanderen. Daarmee haalt onze provincie nog een tweede plaats, maar wanneer het om werkgelegenheid, omzet en toegevoegde waarde gaat, neemt de provincie maar de derde plaats in, na Antwerpen en Vlaams-Brabant.
Eén van de aanbevelingen uit de studie is dat Oost-Vlaanderen zich meer zou moeten toeleggen op het aantrekken van Regionale en Europese Distributiecentra (EDC) die een belangrijke coördinerende functie uitoefenen in het Europese of wereldwijde distributienetwerk van deze onderneming. Immers, binnen deze subsector is het mogelijk om kennis met operationele excellentie te combineren en zowel voor hoog -als laaggeschoolden arbeidsplaatsen te creëren. Honda Europe, in de Gentse Kanaalzone, is een goed voorbeeld van zo'n EDC.
Ruimtelijk bekeken blijkt vooral de as Gent-Antwerpen, inclusief de 2 havenpoorten, bijzonder geschikt voor de verdere logistieke uitbouw van de provincie Oost-Vlaanderen. Een werkgroep Logistiek, waarin naast ambtenaren en beleidsmensen ook bedrijfsleiders zitten, is belast met de concrete invulling van dit project (cf. Task Force Innovatie).
TROEF 3: Kennisregio
1. Groot kennispotentieel in Universiteit & Hogescholen
De regio Oost-Vlaanderen, en de Gentse kennisregio in het bijzonder, is duidelijk een regio van kennis en innovatie. De regio beschikt over een befaamde en grote universiteit, tal van hogescholen en heel wat onderzoekers. Met meer dan 60.000 studenten aan de universiteit en aan de hogescholen en met meer dan 7.500 onderzoekers verspreid over UGent, de hogescholen en onderzoekscentra (Centexbel, WTCM, CLO, BIL, …) beschikt de provincie over de grootste concentratie van menselijk potentieel in België op het vlak van academisch onderwijs en hoogstaand wetenschappelijk onderzoek. Deze onderzoekscentra beschikken tevens over een patrimonium van 'state-of-art' onderzoeks- en analyseapparatuur, uniek in Europa, en toegankelijk voor het bedrijfsleven.
2. Biotech en Breedband
Daarenboven zorgen de aanwezigheid van de hoofdkantoren van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (‘VIB’) en het Instituut voor breedbandtechnologie (‘IBBT’) voor een verdere uitbouw van de kennisinfrastructuur. De aanwezigheid van die centra bevestigt de internationaal vooruitstrevende rol die de Universiteit Gent heeft uitgebouwd op het gebied van de biotechnologie en de breedbandtechnologie. Daarnaast blinken de universiteiten en de hogescholen uit in een aantal disciplines van de voedings- en materiaaltechnologie.
3. Hoogtechnologische bedrijven
Innovatie is één van de belangrijke motoren van economische groei in de regio. Meer dan 300 hoogtechnologische bedrijven hebben zich gevestigd in Oost-Vlaanderen. Een 40-tal kennisbedrijven daarvan zijn neergestreken op het UGent wetenschapspark. Het betreft vooral bedrijven in de biotech-sector. Een aantal daarvan, zoals Devgen, Cropdesign, Peakadilly en Ablyncx, kennen een snelle expansie en zullen op korte termijn uitgroeien tot middelgrote bedrijven. Nu al kan gesproken worden van een economische biotechnologiecluster in de Gentse regio.
4. Kenniseconomie zorgt voor werkgelegenheid
De grote aanwezigheid van uitmuntende onderzoekers, het aanbod van hooggeschoold personeel, het patrimonium van onderzoeksapparatuur en de reeds gevestigde hoogtechnologische bedrijven zorgen voor een unieke combinatie van factoren waarmee bedrijven kunnen aangetrokken worden om zich in deze regio te vestigen en waarmee een kenniseconomie verder kan uitgebouwd worden als één van de belangrijkste sectoren voor werkgelegenheid.
5. Zwaktes wegwerken
- Nood aan economische valorisatie van kennis
Hoewel Oost-Vlaanderen het centrum is van 'kennis' is de weg van kennis naar kenniseconomie nog te lang. De kennis moet gevaloriseerd en vertaald worden naar innovatieve toepassingen in het bedrijfsleven, dit zowel in de productie als in de organisatiestructuren. Innovatie is immers ook een zaak van de industrie, zelfs van KMO's. Inzake economische valorisatie heeft Oost-Vlaanderen achterstand tegenover landen als bijvoorbeeld Finland en regio’s zoals Catalonië en Baden-Wurtemberg.
- Nood aan nieuw technologiepark
De Gentse universiteit heeft in de voorbijgaande jaren zware inspanningen geleverd. Het technologiepark ‘Ardoyen‘ in Zwijnaarde helpt de brug maken tussen de universiteit en het bedrijfsleven. Maar het huidige wetenschapspark zit vol. Als Oost-Vlaanderen echt zijn achterstand inzake kenniseconomie wil wegwerken, dan moet prioritair aandacht besteed worden aan de bouw van een nieuw technologiepark (+/- 40 ha) in de omgeving van Gent. Een mogelijke locatie zou de brownfieldsite Fasiver (het 'Eilandje' in Zwijnaarde) kunnen zijn.